|
De optochten.
Een woordje van de eerst voorzitter: Marc van Oosterbosch 1992-1996….Het begin van het rose groen………….. Eigenlijk hadden we al een clubke in die tijd; Lelijkheid troef. En dat sloeg echt niet alleen op de kielen.Maar bij nader inzien was dat niet serieus genoeg. Geen bouwen, geen optocht, eigenlijk alleen kielen. Dus werd het eind 1991 tijd om eens met de club rond de tafel te gaan zitten in de bestuurskamer van Beek-Vooruit om te kijken naar iets serieuzers, een echte carnavalsclub. Met de dierenencyclopedie in de hand werd gezocht naar een passende naam. Dat werd uiteindelijk het voor de hand liggende Platonische Woudvlinders. Waarom? Waarom niet! Een echte club doet mee met de grote optocht. Dus wij ook. Bouwen was voor velen lastig. Meer linker handen dan rechter maar hout aan elkaar maken ging nog wel. Lassen was een ander verhaal…. In de Huifakkerstraat, in het schuurke van familie de Jonge mochten we onze creatie in elkaar knutselen. Jongens wat hadden we het druk (en koud). Gelukking zat Richard van de Broek in onze club, want hij was de man met de gouden handjes (nou nog op een goeie manier gebruiken..) Het was een hele ervaring die eerste optocht. Onze creatie deed het niet slecht. Een ludieke 11e plaats viel ons ten deel. Hoezee stemming alom, want in de 11e plaats schuilt een hele hoop symboliek! Het tweede jaar waren we al wat handiger en gingen we gescheiden naar d’n bouw want onze creatie was zo groot, dat paste niet meer in het schuurke bij De Jonge. Met dank aan Ton Jansen, die een deel van zijn erf wilde verpanden, werd de Platonische optocht in elkaar geschroefd. 3 weken gespijbeld om er iets van te maken. Bloed, zweet en tranen zou André zeggen. Uiteindelijk werd die bewuste zondag (lees dinsdag) een fiasco, een hele zware teleurstelling. De optocht werd door de wind verzet naar dinsdag en de 10e plaats werd de beloning voor vele dagen verkleumen in een schuur. De oorkonde redde het niet en legde snel het loodje. Gelukkig was het al dinsdag en was Carnaval 1993 nog maar een kwestie van uren. Wij vlinderkes hadden gedroomd van goud. Het werd nog minder dan blik. Zou onze droom ooit uitkomen? Zware analyses volgden na de tegenvallende prestatie in ‘93. Het roer moest om. En met een daadkrachtige voorzitter werd hard gewerkt aan het herstel. Het rose groen zou de mooiste 4 jaren tegemoet gaan uit de geschiedenis. Het carnavalsjaar 1993 startte met een exceptioneel spetterende overwinning tijdens het liedjesfestival. Geen gezeur, we gaon erveur was de alleszeggende titel van een jong en onbevangen clubke. Samen met da’s nie waor werd het allereerste goud een feit. De concurrentie op ruime afstand, het publiek laaiend enthousiast. Vol vertrouwen werd er na de zege gewerkt aan een creatie met potentie. Voor het eerst zou de massaliteit de doorslaggevende factor moeten vormen, de kracht van de Woudvlinders. Deze sterkte werd fantastisch uitgenut en Boemeldoncks eigenwijste C-club haalde het podium. Het gevoel was fantastisch maar je wist dat er nog meer in zat dan die 2e plaats. Een jaar later was er weer even teleurstelling toen het liedjesfestival aan de neus voorbij ging. Een oorverdovend applaus was er wel maar de jury besliste anders. Sjan had het wir aon en mocht met de gouden Micro naar huis. Het clubgevoel zorgde voor herstel op weg naar de grote Boemeldonckse optocht. Het motto was klinkend en onevenaarbaar, de creatie simpel maar ijzersterk. Iedereen ging in de min door het pingewin! Op een kletsnatte zondag na een dappere strijd was het tandenknarsen in het Eikenbos. Favorieten waren we. En arrogant als we waren, wisten we dat ook wel. De adrenaline zoekt een weg naar buiten als je tot aan het laatste moment mag wachten om naar boven te gaan. Vele clubs zie je langs je heen gaan, terwijl Ardje nog een rondje ging halen bij Eik. Je mag weer naar boven met de besten. De Kleiboerkes vergezellen je (toppers van toen). En dan zakt de bodem onder je voeten vandaan en wordt de aarde ineens een toverbal, besef je niet waar je bent maar weet je dat jouw club het zo beminnelijke Boemeltje in de armen mag sluiten. Jouw vlinders worden eerste in de grote optocht! Het is een roes waar je dan in verkeert. Carnaval is anders. Je voelt je ver verheven boven de anderen. Eerste worden brengt je in hogere sferen. Het mooiste is als je dat kunt vasthouden en tijdens het liedjesfestival een carnavalsjaar verder weer een prijs pakt waar de symboliek vanaf spettert. Het wordt namelijk weer een tweede prijs, net als vorig jaar. Betekent dat met de optocht weer goud?? Je mag er niet aan denken maar dat doe je toch. Je bouwt je uit de naad, met veel respect voor de vrouwelijke pakkenmakers. Het moet weer beter, mooier en kansrijker. Eerste worden is moeilijk maar eerste blijven nog moeilijker. Weer is het een winnaarscreatie. Als we vanuit het Schotenhof naar de Middenweg kuieren, ontvangen we applaus van het publiek. Je raakt in extase en kan niet meer verliezen. Dat blijkt ook ’s avonds als de ridders in struisvogelpak wederom als laatste naar boven mogen komen. De minuten die volgen maak je bewuster en zelfverzekerder mee dan het jaar ervoor. Kom maar op Dio…Geef die boemel maar aan Oosie. En ja hoor..wederom galmt onze naam door de micro. Voor de tweede keer op rij beslist de jury in ons voordeel. Ontlading, ontroering maar zeker ook zelfverzekerdheid vormen de pijlers van een duidelijke speech. De Woudvlinders gaan altijd voor goud. Na een indrukwekkende periode, waarin vrijwel alles werd gewonnen, werd het tijd de scepter over te dragen aan een volgende persoon die bij machte zou zijn de club zijn status te laten behouden en de prijzenkast verder te vullen.
Jimmy Visschers werd na de optocht in 1996 gekroond tot de nieuwe opper Woudvlinder………….
|